18. dec, 2013

Het meisje en de bijstand norm!

Het is bitter koud buiten, het vriest dat het kraakt en de sneeuw dwarrelt uit de lucht, waardoor het lijkt alsof iemand een heel groot kussen aan het opschudden is. Op straat loopt een klein meisje op blote voeten door de sneeuw. Het arme kind rilt van de kou en ze loopt een groot overdekt winkelcentrum binnen. Gelukkig hier is het warm en er ligt geen sneeuw, het meisje zucht, ze kijkt op de grote klok die in de hal van het winkelcentrum hangt.

Gelukkig het duurt nog 2 uur voordat het winkelcentrum dichtgaat en zij weg moet van haar warme plekje.

Het meisje weet dat zij niet naar huis kan gaan, haar moeder heeft een nieuwe vriend, een vreselijke man met losse handjes. Als ze thuis komt krijgt ze zeker slaag. Eten kan ze ook wel vergeten, geld komt er al bijna niet meer binnen bij haar moeder. De Liberalen hebben de uitkeringen al bijna helemaal wegbezuinigd!

 

Langzaam zakt het meisje weg in slaap, ze droomt van vroeger.

Haar moeder kan niet aan werk komen, ze heeft de zorg voor het meisje, en daar zitten werkgevers niet op te wachten. Jammer, maar gelukkig krijgt ze genoeg geld om een redelijk normaal leven te lijden.

Het meisje droomt verder over de mooie tijden, er was altijd wel eten en een warm huis met een eigen kamer, ze was toen heel gelukkig.

Het meisje schrikt wakker en ziet dat ze nog maar 10 minuten binnen heeft. Voorheen kon ze nog bij Oma terecht. Maar die is vorig jaar ook al overleden, het meisje heeft helemaal niets meer. Er komt een bewaker aan. Juffrouw, juffrouw u moet echt naar buiten nu! Het meisje probeert nog, “ach mag ik niet binnen blijven?” “Alstublieft?”

 

De man van de bewaking is resoluut, ze moet naar buiten.

Langzaam loopt ze richting de grote draaideur van het winkelcentrum.

Niet veel later snijd de kou door haar kleding heen, haar voeten worden langzaam blauw en gevoelloos. Het meisje loopt richting het park, de kou voelt ze al niet meer. Door de ramen van de huizen ziet ze spelende kinderen, die er lekker warm bijzitten. Kon zij ook maar? Nee dat zit er niet in. Het meisje gaat zitten op een bankje in het park, ze is moe en het duurt niet lang voordat haar ogen dichtvallen. Ze droomt, ze loopt door een prachtige tuin met mooie bloemen, en daar aan het einde van het tuinpad staat Oma te zwaaien. Het meisje rent naar haar toe en is gelukkig!

 

De volgende dag in het park, legt een politieman een zwart kleed over het bankje.

 

Eppo