20. jun, 2013

Stront aan de knikker!

Iedere dag als ik met mijn collega’s naar het werk rij, zie ik ter hoogte van het dorpje Venhuizen een boerderij staan.

Niet zo’n ouderwetse met een vierkant, maar een modern nieuw woonhuis met open kapstallen, en een loods die als stal voor het vee dient.

Naast de betreffende loods ligt een enorme berg koeienstront.

Ja natuurlijk, dat hoort bij een boerderij, maar ik maak mij ernstige zorgen.

Ik zie de berg wekelijks alleen maar groter worden, ja die koeien schijten wel, maar die berg groeit en groeit maar.

U denkt waarschijnlijk waar maak jij je druk om?

Gewoon om het feit dat de berg groter wordt, en het lijkt wel of er nooit iets afgaat.

Soms ruikt de hele streek naar koestront, en toch die ene berg wordt steeds maar groter.

Waarschijnlijk als je er over 10 jaar langs rijdt, is de berg gegroeid tot een hoogte van 400 meter, en ook dan komt er alleen nog maar stront bij.

 

Ik droom wel eens dat wij als carpoolers in de toekomst niet meer over onze gebruikelijke weg kunnen rijden, omdat de weg met een berg shit wordt verspert.

En omdat ik waarschijnlijk tot Sint Juttemis moet werken maak ik mij daar zorgen om.

Zelf had ik nooit durven dromen dat ik nog eens wakker zou liggen van een berg stront, maar heden ten dage is het zover.

Piekeren doe ik tot diep in de nacht, en dan denk ik wat kan ik doen om er voor te zorgen dat die berg kleiner wordt?

Die stomme koeien schijten maar door, en die stomme boer gooit het steeds weer op die hoop!

Vreselijk gewoon, misschien moet ik er maar eens met de goede man over gaan praten.

En dan maar hopen dat hij mij serieus neemt?

 

Waarschijnlijk lacht de onbehouwen vlerk mij gewoon uit, hoon en gespot zal mijn deel zijn. Als de boer zijn collega’s spreekt zal ik het onderwerp van gesprek zijn, en kan ik mij nergens meer vertonen zonder te worden nagewezen en uitgejoeld.

Ik zal worden uitgemaakt voor smerige strontlijder, koeien hater, rundskop!

Mijn leven wordt dan een hel, dus zie ik maar af van een gesprek met de boer.

Maar wat nu als de hoop stront eerdaags de weg blokkeert?

De hoop zal komende jaren flink groeien, en als de boer niets over zijn land gooit is het leed niet te overzien.

Helaas moet ik er elke dag langs, misschien moet ik maar aan mijn collega vragen, of we de andere kant langs kunnen gaan?

Nee dat vraag ik maar niet, anders moet ik nog uitleggen waarom.

Maar die hoop wordt toch steeds groter, en als niemand wat doet krijgen we een lokale

natuurramp die zijn weerga niet kent.

Een enorme strontlawine zal het dorp met al zijn bewoners onder een dikke laag drap bedekken. Er gaan slachtoffers vallen!

En tot die tijd maar hopen op het wonder dat mestuitrijden heet!

 

Rijdt de boer op zijn strontkar rond, dan blijft de omgeving kerngezond!

 

Eppo